Nieuwsbericht

Opiniestuk: Niet achteraf, maar op het moment dat het ertoe doet

Over de coronacrisis, onafhankelijke belangenbehartiging en de vraag wie de stem van verpleegkundigen en verzorgenden laat horen wanneer het moeilijk wordt.

Sommige momenten uit de coronacrisis blijven je altijd bij. Voor mij is dat een autorit na een radio-interview. We waren onderweg naar een volgende talkshow. De telefoon bleef maar overgaan. Vanuit allerlei hoeken werd geprobeerd om onze boodschap minder scherp te krijgen. Die was: duidelijk maken dat onze zorgprofessionals gevaar liepen omdat er op dat moment te weinig persoonlijke beschermende middelen waren. Terwijl we wisten hoe groot de risico’s waren. In plaats van mee te denken in oplossingen hoe zorgprofessionals alsnog zo veilig mogelijk hun werk konden doen, moesten wij meer begrip tonen voor de bestuurlijke werkelijkheid en meer oog hebben voor de moeilijke afwegingen die werden gemaakt. Onze toon mocht van politiek, werkgevers en beleidsmakers best wat minder scherp.

Halverwege de rit besloten we de telefoons uit te zetten. Niet omdat we geen kritiek wilden horen, maar omdat ik me op dat moment realiseerde dat er iets veel fundamentelers speelde. De veiligheid van onze zorgprofessionals ging ten koste van de schaarste en wij moesten dat blijven verzwijgen. Blijkbaar was het helemaal niet vanzelfsprekend om onomwonden uit te spreken wat verpleegkundigen en verzorgenden ons iedere dag vertelden.

Nu, jaren later, kijk ik naar de parlementaire enquête over de coronapandemie. Ik luister naar de verhoren en lees de interviews die verschijnen. Vrijwel iedereen lijkt achteraf tot dezelfde conclusie te komen: verpleegkundigen en verzorgenden hadden eerder gehoord moeten worden. Hun professionele kennis had een veel grotere rol moeten spelen. Met die conclusie ben ik het volledig eens. Maar tegelijkertijd bekruipt mij een ongemakkelijk gevoel. Alsof de geschiedenis langzaam wordt gladgestreken. Alsof iedereen destijds dezelfde positie innam. Dat is niet de werkelijkheid die ik heb meegemaakt. Tijdens de coronacrisis sprak ik vrijwel dagelijks met verpleegkundigen en verzorgenden uit ziekenhuizen, verpleeghuizen, de wijkzorg, de ggz en de gehandicaptenzorg. De verhalen die zij deelden bepaalden ons vertrekpunt. Niet omdat zij altijd gelijk hadden, maar omdat zij degenen waren die iedere dag de gevolgen ondervonden van de keuzes die elders werden gemaakt. Juist daarom herinner ik mij ook hoe ingewikkeld het soms was om die werkelijkheid zichtbaar te maken. Wanneer wij aandacht vroegen voor de veiligheid van zorgprofessionals, voor de druk op de werkvloer of voor de zorgen die leefden onder verpleegkundigen en verzorgenden, bleef dat zelden zonder reactie. Natuurlijk was er begrip. Maar er was ook weerstand. De boodschap was vaak dat we de bestuurlijke context niet uit het oog moesten verliezen of dat we voorzichtig moesten zijn om de onrust niet verder aan te wakkeren.

Corona was niet alleen een gezondheidscrisis. Het was ook een stresstest voor de manier waarop wij de belangen van zorgprofessionals organiseren. Juist onder druk bleek hoe gemakkelijk verschillende belangen door elkaar kunnen gaan lopen. Bestuurlijke verantwoordelijkheid, politieke afwegingen, maatschappelijke rust en de dagelijkse praktijk op de werkvloer vragen allemaal om aandacht. Dat is begrijpelijk en misschien zelfs onvermijdelijk.

Maar daarmee ontstaat ook een fundamentele vraag: wie spreekt er nog uitsluitend namens de verpleegkundige en verzorgende wanneer al die belangen met elkaar botsen?

Ik heb gezien hoe ingewikkeld het wordt wanneer verschillende rollen samenkomen. Wie tegelijkertijd adviseert, bestuurt, onderhandelt én een beroepsgroep vertegenwoordigt, zal altijd verschillende belangen tegen elkaar moeten afwegen.

Juist daar zit voor mij de waarde van onafhankelijke belangenbehartiging. Niet omdat die betere antwoorden heeft, maar omdat zij geen andere belangen hoeft mee te wegen. Terugkijkend besef ik dat misschien wel meer dan ooit. Ook wij hadden tijdens de coronacrisis niet alle antwoorden. Ook wij hebben moeten zoeken, afwegen en soms bijstellen. Maar één uitgangspunt heeft voor mij nooit ter discussie gestaan: de verhalen uit de praktijk van onze verpleegkundigen en verzorgenden moesten altijd het vertrekpunt zijn.

Ik heb in die periode veel gesprekken gevoerd met bestuurders, beleidsmakers en politici. Dat hoorde bij mijn werk en veel van die gesprekken waren waardevol. Maar nooit heb ik getwijfeld waar mijn kompas lag. Niet bij de vraag wat bestuurlijk haalbaar was. Niet bij de vraag wat politiek wenselijk was. Mijn kompas lag op de werkvloer. Bij de verpleegkundige die vertelde dat zij zich onveilig voelde. Bij de verzorgende die zich zorgen maakte of zij haar eigen gezin zou besmetten. Bij de duizenden zorgprofessionals die, terwijl de rest van Nederland zoveel mogelijk thuisbleef, iedere dag opnieuw de verantwoordelijkheid namen voor de zorg aan anderen. Misschien is dat ook de reden waarom ik de huidige terugblikken soms met enige verwondering volg. Ik hoor veel mensen zeggen dat verpleegkundigen en verzorgenden destijds een grotere stem hadden moeten krijgen. Dat geloof ik ook. Maar laten we dan ook eerlijk zijn over hoe moeilijk het soms was om die stem daadwerkelijk te laten klinken op het moment dat het ertoe deed.

De parlementaire enquête biedt ons een kans. Niet om alsnog vast te stellen wie er gelijk had, maar om eerlijk te kijken naar wat deze crisis ons heeft geleerd. Voor mij is die les helder. In een crisis zijn bestuurders onmisbaar. Politici ook. Adviseurs, wetenschappers en werkgevers evenzeer. Zij moeten voortdurend belangen afwegen, keuzes maken en soms beslissingen nemen waarvoor geen ideale oplossing bestaat. Maar juist daarom is er óók behoefte aan een stem die die afweging niet hoeft te maken. Een stem die zich niet hoeft af te vragen wat politiek haalbaar, bestuurlijk verstandig of maatschappelijk wenselijk is. Een stem die steeds opnieuw dezelfde vraag stelt: wat betekent dit voor de verpleegkundige en verzorgende op de werkvloer? De echte vraag is daarom niet wie achteraf gelijk had.

De echte vraag is wie, wanneer de druk maximaal is en belangen met elkaar botsen, nog steeds zonder aarzeling de stem van verpleegkundigen en verzorgenden laat horen. Niet achteraf. Maar op het moment dat het ertoe doet.

Michel van Erp. Woordvoerder van NU'91 en tijdens de coronapandemie verantwoordelijk voor de communicatie van de beroepsorganisatie. Niet-praktiserend verpleegkundige. Dit is een persoonlijk opiniestuk.