Opiniestuk: Wanneer wordt PTSS erkend als beroepsziekte in de zorg?
Aan het einde van de avonddienst deelt zij medicatie uit. Ze weet dat hij onrustig kan worden. Hij schreeuwt en ze doet wat ze altijd doet: rustig blijven, kalmeren. Maar dit keer werkt het niet en de sfeer slaat om. In een fractie van een seconde grijpt hij haar bij de keel. Later zit ze in de auto naar huis, haar handen trillend om het stuur en haar hartslag nog altijd hoog. Het moment flitst opnieuw voorbij. Thuis vraagt haar partner hoe haar dienst was. “Prima,” zegt ze. Want morgen staat ze er weer.
Slaan, schoppen, bijten en krabben. Pogingen tot wurging en vastgrijpen. Bekogeld worden met objecten. Seksueel geweld en fysieke intimidatie. Schelden, schreeuwen en bedreigingen. Discriminerende en seksistische opmerkingen. Structureel kleineren en vernederen. Ongewenste aanrakingen en seksuele toespelingen. Stalking en ongepaste berichten, ook buiten werktijd. Het lijkt een opsomming van uitzonderingen, maar het vormt een patroon: de realiteit voor zorgprofessionals. En toch blijft de dominante reflex: “Dit hoort erbij”.
Een posttraumatische stressstoornis (PTSS) kan ontstaan na een of meer traumatiserende gebeurtenissen. Het is geen individueel probleem en geen kwestie van “weerbaar genoeg” zijn. Wie het zo benadert, miskent de structurele aard van het risico. In sectoren als defensie en politie wordt PTSS erkend als beroepsziekte. In de zorg, waar blootstelling minstens zo frequent en intens kan zijn, blijft die erkenning achter. Zorgprofessionals gaan door. Ondersteuning bij aangifte en melding ontbreekt vaak, passende (na)zorg blijft uit en financiële onzekerheid is een serieus risico. Waarom blijven we accepteren dat trauma een bijwerking van het zorgen is?
Het wringt in het systeem waarin doorgaan de norm is, waarin uitval van zorgpersoneel directe gevolgen heeft voor het team en waarin professionals onder onveilige omstandigheden werken. De grens tussen regel en uitzondering verschuift. Het systeem blijft draaien ten koste van zorgprofessionals. Tot het niet meer gaat.
We moeten zorgen voor hen die zorgen. Trauma raakt de zorgprofessional: angst, stress en voortdurende waakzaamheid, maar ook schaamte en schuld. Het uit zich in overprikkeling, trager reageren, negatieve gedachten en emotionele terugtrekking. Het zorgt voor herbelevingen, vermijdingsgedrag, fysieke klachten en slaapproblemen. Op termijn leidt dit tot ziekteverzuim en uitval en het werkt door in de thuissituatie. Dit is geen verwijt, maar de realiteit.
In Nederland stellen we hoge eisen aan goede zorg. Door personeelstekorten staat die kwaliteit al onder druk. Juist daarom moeten we de zorgprofessionals beter beschermen. Dat begint met erkenning, maar erkenning alleen is niet genoeg. NU’91 zet zich in voor een veiligheidsprotocol. Symptomen bestrijden en pleisters plakken helpt niet zonder ook structureel te investeren in preventie, laagdrempelige nazorg en een veilige meldcultuur. Het gesprek over mentale belasting moet net zo vanzelfsprekend worden als het bespreken van een cliënt in een multidisciplinair overleg.
PTSS mag nooit de rekening zijn die zorgverleners betalen voor hun werk. Wie voor anderen zorgt, verdient dat er ook voor hen gezorgd wordt. PTSS moet erkend worden als beroepsziekte in de zorg. De cao-onderhandelingen zijn weer begonnen, dus geen reden om het nu niet op te pakken.
Maaike van Sasse van IJsselt, beleidsmedewerker NU’91
