x

optimale ervaring

Als u optimaal van onze website wilt genieten, raden we u aan uw browser bij te werken naar de meest recente versie.
chrome mf ie
Inloggen

Error message

Error message Error message Error message Error message

×
Wet en regelgeving

Dit onderdeel van de NU91 website bevat informatie over de juridische aspecten van de verpleegkundige en verzorgende beroepsuitoefening:

  • handelen volgens de professionele standaard
  • wet- en regelgeving zoals de Wet BIG, WGBO en BOPZ,
  • juridische procedures waaronder het tuchtrecht en rechterlijke normen, en
  • uitleg over de begrippen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.

Persoonlijke juridische en beroepsinhoudelijke vragen
Voor antwoorden op persoonlijke vragen op juridisch gebied en op het gebied van beroepsinhoudelijke ontwikkelingen kunnen NU'91 leden terecht bij het NU'91 Serviceloket elders op deze website.
Er wordt informatie gegeven over arbeidscontracten, ontslag, vakantiedagen, de 36-urige werkweek, functiewaarderin, gebroken diensten en CAO-artikelen. Maar er kan ook advies gevraagd worden als je een conflict met je leidinggevende hebt, een onvoldoende beoordeling krijgt of een conflict binnen je team. Je kunt ook bellen als je wilt weten welke handelingen je mag verrichten volgens de wet BIG, wat het tuchtrecht voor verpleegkundigen betekent, hoe het nieuwe opleidingsstelsel eruitziet en hoe je een verpleegkundige adviesraad kunt oprichten.


Wettelijke basisnorm

In de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) is de basisnorm voor beroepsbeoefenaren in de zorg vastgelegd:

Een hulpverlener moet 'de zorg van een goed hulpverlener' in acht nemen en daarbij handelen volgens de verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de eigen professionele standaard.

De professionele standaard omvat alle regels en normen waar je als zorgverlener rekening mee moet houden bij het uitoefenen van je werkzaamheden. Hij bestaat uit de volgende elementen:

Beroepsinhoudelijke normen:

  • vakinhoudelijke en technische regels
  • vakinhoudelijke standaarden, richtlijnen, protocollen
  • gedragsregels, beroepscode, beroepsprofiel
  • specifieke hulpverlenings-ethische regels

Juridische normen:

  • wet- en regelgeving
  • rechtspraak

Mengvormen van beroepsinhoudelijke en juridische normen:

<
  • richtlijnen, circulaires e.d. van de Inspectie voor de Gezondheidszorg
  • richtlijnen, handreikingen e.d. van koepels en landelijke samenwerkingsverbanden
  • algemene juridische, ethische en beroepsnormen

De juridische normen komen in dit onderdeel van de website uitgebreid aan de orde. Klik op de buttons in het linker navigatieblok.
Bij de beroepsinhoudelijke normen en mengvormen van beroepsinhoudelijke en juridische normen geven we hieronder alleen een aantal voorbeelden.

Beroepsinhoudelijke normen

  • vakinhoudelijke en technische regels
  • vakinhoudelijke standaarden, richtlijnen, protocollen
    Bijvoorbeeld
  • Richtlijn Verpleegkundige en Verzorgende Verslaglegging
  • Richtlijn Voor Toediening Gereedmaken (VTGM) van parenteralia op verpleegafdelingen in ziekenhuizen. NVZA, V&VN en WIP. 2009.
  • Landelijke instructie Voor Toediening Gereedmaken (VTGM) van medicatie in verpleeg- en verzorgingshuizen. V&VN en LEVV. 2008.
  • Richtlijn smetten. LEVV, NIVEL en NVDVV. 2004
  • Het gebruik van vrijheidsbeperkende interventies in de zorg; een richtlijn voor verpleegkundigen en verzorgenden in een multidisciplinaire omgeving. CBO. 2006
  • gedragsregels, beroepscode, beroepsprofiel
    In 2007 hebben NU91 en V&VN de Nationale beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden gepubliceerd. De beroepscode bevat uitgangspunten voor het handelen van verpleegkundigen en verzorgenden
  • specifieke hulpverlenings-ethische regels
    Voorbeeld:
    AVVV, NU'91, KNMG. Handreiking voor samenwerking artsen, verpleegkundigen en verzorgenden bij euthanasie, Utrecht, 2006.

Mengvormen

Mengvormen van beroepsinhoudelijke en juridische normen

  • richtlijnen, circulaires e.d. van de Inspectie voor de Gezondheidszorg
  • Preventie van calamiteiten bij het gebruik van onrustbanden. IGZ, 15 september 2008, circulaire 2008-06-IGZ. Zie www.igz.nl
  • Het mag niet, het mag nooit. Seksuele intimidatie door hulpverleners in de gezondheidszorg. IGZ. 2004. Zie www.igz.nl
  • richtlijnen, handreikingen e.d. van koepels en landelijke samenwerkingsverbanden
  • Handreiking verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg. KNMG, V&VN, KNOV, KNGF, KNMP, NIP, NVZ, NFU, GGZ Nederland en NPCF. 2010. Zie www.knmg.nl
  • Richtlijn 'Overdracht van medicatiegegevens in de keten. ActiZ, GGZ Nederland, KNMG, KNMP, LEVV, LHV, NFU, NHG, NICTIZ, NPCF, NVVA, NVZ, NVZA, OMS ,V&VN en ZN. 2008. Zie www.medicatieoverdracht.info
  • Beleidsdocument 'Veilig melden'. KNMG, OMS, V&VN, NVZ, NFU en NPCF. 2007. Zie www.knmg.nl
  • algemene juridische, ethische en beroepsnormen
  • Wet- en regelgeving
  • BIG
  • WGBO
  • BOPZ
  • Kwaliteitswet Zorginstellingen
  • Rechtspraak
  • Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
  • Juridische procedures
  • Normen tuchtrechter en andere rechters

Inleiding

Hier vind je informatie over belangrijke wetten voor beroepsbeoefenaren in de zorg en rechterlijke uitspraken. Het accent ligt op informatie die van belang is voor verpleegkundigen en verzorgenden. In het onderdeel rechtspraak vind je ook informatie over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid en juridische procedures.

  • De tekst van wetten en daarop gebaseerde regelgeving zoals een wettelijk besluit (AMvB = Algemene Maatregel van Bestuur) en ministeriele regelingen kun je raadplegen en downloaden via www.overheid.nl.
  • Alle stukken die in de 2de en 1ste kamer aan de orde komen zoals wetsvoorstellen, beleidsvoornemens, verslagen van de bespreking etc. kun je raadplegen en downloaden via www.overheid.nl
  • Uitspraken van de tuchtrechter t/m 31 december 2009 kun je downloaden via www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl.
  • Tuchtrechtuitspraken vanaf 1 januari 2010 staan op http://tuchtrecht.overheid.nl/nieuw.
  • Uitspraken van andere rechters vind je op www.rechtspraak.nl

Wet en regelgeving

Wet BIG

Hieronder staan de hoofdpunten uit de Wet BIG. Meer informatie vind je onder andere in de NU91 publicatie: Mw. mr. M.C.I.H. Biesaart, BIG inzichtelijk; verpleegkundigen en verzorgenden IG onder de wet BIG. Utrecht: Nieuwe Unie '91; 2011

Invoering en doel
Invoering en doel De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg is tussen 1993 en 1997 ingevoerd. Doel van de wet is de kwaliteit van de beroepsuitoefening bewaken en bevorderen en de patiënt beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen.

Uitgangspunten
Uitgangspunten Op grond van de Wet BIG mag iedereen handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, met uitzondering van de 'Voorbehouden Handelingen'. Voor deze handelingen geldt een specifieke in de Wet BIG vastgelegde bevoegdheidsregeling.

Reikwijdte
De Wet BIG regelt het beroepsmatig verrichten van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg. Beroepsmatig wil zeggen: in de uitoefening van een beroep.

Inhoud wet BIG:

Titelbescherming door registratie in het BIG register (art. 3)
Titelbescherming door registratie in het BIG register (art. 3) Dit betreft 8 beroepen: arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige. De registratie is een voorwaarde voor het mogen voeren van de beroepstitel en voor het zelfstandig (d.w.z. op eigen gezag) verrichten van voorbehouden handelingen.
Nb: de registratie is niet van belang voor de vraag wie wat mag doen.

Opleidingstitelbescherming (art. 34)
Dit betreft 14 beroepen: tandprotheticus, apothekersassistent, diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiëniste, oefentherapeut, orthoptist, podotherapeut, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch laborant, heilgymnast-masseur, verzorgende IG, optometrist, huidtherapeut. Het volgen van de betreffende opleiding is een voorwaarde voor het mogen voeren van de bijbehorende beroepstitel.

Periodieke registratie (art. 8)
Verpleegkundigen, verloskundigen en fysiotherapeuten moeten zich iedere vijf jaar laten herregistreren in het BIG register. De herregistratie van de andere vijf beroepen is nog niet geregeld. De eerste herregistratietermijn loopt van 1 januari 2009 tot 1 januari 2014. Verpleegkundigen die in deze periode van 5 jaar voldoen aan de gestelde voorwaarden komen in aanmerking voor herregistratie per 1 januari 2014. Zie voor meer informatie en de voorwaarden het Besluit periodieke registratie Wet BIG, de Regeling Periodieke Registratie en de brochure van NU91

Specialismenregeling (art. 14-17)
De Minister van VWS heeft in 2009 vier verpleegkundig specialismen binnen somatische zorg erkend en één verpleegkundig specialisme voor de geestelijke gezondheidszorg.

Omschrijving deskundigheidsgebied en opleidingseisen (art. 18-33)
Deskundigheidsgebied verpleegkundige: Het verrichten van handelingen op het gebied van observatie, begeleiding, verpleging en verzorging en het in opdracht van een beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg verrichten van handelingen in aansluiting op diens diagnostische en therapeutische werkzaamheden (art. 33). De opleidingseisen voor verpleegkundigen staan in het Besluit opleidingseisen verpleegkundige

Deskundigheidsgebied Verzorgende IG:
Het bestaat uit het verrichten van handelingen op het gebied van verzorging, verpleging, observatie en begeleiding in verzorgings- en niet complexe behandelings- en verpleegsituaties en het in opdracht van een beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg verrichten van handelingen in aansluiting op diens diagnostische en therapeutische werkzaamheden. Zie het Besluit verzorgende in de individuele gezondheidszorg.
De opleidingseisen voor verzorgenden IG zijn geregeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Voorbehouden handelingen regeling (art. 35-39)
Voorbehouden handelingen zijn handelingen die onaanvaardbare risico's meebrengen voor de gezondheid van de patiënt als ze door ondeskundigen worden uitgevoerd. Voorbehouden handelingen zijn altijd risicovolle handelingen. Het omgekeerde geldt niet. Er zijn risicovolle handelingen, zoals het toedienen van sondevoeding en zuurstof, die geen voorbehouden handelingen zijn.

Bevoegdheid
Aan het verrichten van voorbehouden handelingen stelt de Wet BIG een aantal eisen. Artsen, tandartsen en verloskundigen hebben een zelfstandige bevoegdheid voor het verrichten van voorbehouden handelingen. Zelfstandig houdt in dat zij op eigen gezag de handeling uit mogen voeren. Zij zijn dus bevoegd om de indicatie te stellen voor de handeling. Andere beroepsbeoefenaren zoals verpleegkundigen en verzorgenden mogen geen indicatie stellen voor een voorbehouden handeling; zij mogen de handeling alleen uitvoeren in opdracht van een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar die de indicatie heeft gesteld. De opdrachtgever en de opdrachtnemer moeten zich daarbij houden aan in de Wet BIG genoemde voorwaarden.

Opdrachtgever

Opdrachtnemer

arts, tandarts of verloskundige

alle andere beroepsbeoefenaren

1. de opdrachtgever moet deskundig en bekwaam zijn om de indicatie te stellen 

1. andere beroepsbeoefenaren mogen alleen in opdracht een voorbehouden handeling uitvoeren

2. de opdrachtgever moet als dat nodig is:

  • aanwijzingen geven
  • zorgen voor toezicht en tussenkomst

2. de opdrachtnemer moet handelen overeenkomstig de aanwijzingen van de opdrachtgever

3. de opdrachtgever moet er redelijkerwijs van uit kunnen gaan dat de opdrachtnemer beschikt over de vereiste bekwaamheid

3. de opdrachtnemer moet beschikken over de vereiste bekwaamheid om de opdracht uit te voeren

Een beroepsbeoefenaar die zich aan de voorwaarden houdt is bevoegd om de handeling uit te voeren.
Een van de voorwaarden betreft de bekwaamheidseis. Vandaar de regel: onbekwaam = onbevoegd! Voor de voorbehouden handelingen volgt dit uit de wet BIG. Het is echter ook een algemeen geldend principe in de zorg.
Registratie in het BIG register is geen voorwaarde voor het mogen uitvoeren van voorbehouden handelingen. Wel is het mogelijk dat op grond van instellingsregels beroepsbeoefenaren bepaalde handelingen niet mogen uitvoeren.

Categorieën voorbehouden handelingen
Categorieën voorbehouden handelingen In de Wet BIG staan in art. 36 veertien categorieën voorbehouden handelingen..Onder andere heelkundige handelingen, catheterisaties, injecties, puncties. In de praktijk is niet altijd duidelijk of een concrete handeling onder een van de 14 categorieën valt. Het 'Stappenplan voorbehouden handelingen; gedeelde verantwoordelijkheid' van de Raad BIG bevat hiervoor aanwijzingen.

Voorschrijven geneesmiddelen door gespecialiseerd verpleegkundigen
In 2007 is artikel 36 van de Wet BIG uitgebreid met een nieuwe voorbehouden handeling: het voorschrijven van UR (Uitsluitend Recept) -geneesmiddelen. Artsen (en in beperkte mate verloskundigen en tandartsen) hebben hiervoor een zelfstandige bevoegdheid: zij mogen op eigen gezag een recept uitschrijven. Daarnaast kunnen door de minister aan te wijzen categorieën van verpleegkundigen een voorschrijfbevoegdheid krijgen. Het zal gaan om specifieke groepen van gespecialiseerd verpleegkundigen. Vooralsnog wordt gedacht aan diabetes-, oncologie- en longverpleegkundigen. Dit moet nog in een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) uitgewerkt worden.

In een aanvulling op artikel 5 Wet BIG wordt geregeld dat verpleegkundigen die de bevoegdheid krijgen om specifieke geneesmiddelen voor te schrijven dit aan kunnen laten aantekenen in het BIG register. Daarmee kunnen onder andere apothekers nagaan of een recept is voorgeschreven door een bevoegde verpleegkundige

Functionele zelfstandigheid
Functionele zelfstandigheid Verpleegkundigen mogen een aantal handelingen (injecties, blaascatheterisatie, maagsonde inbrengen, puncties) functioneel zelfstandig uitvoeren. Dit houdt in dat toezicht en tussenkomst door een arts niet nodig is. Het betreft blaascatheterisaties, maagsonde en infuus inbrengen, injecties (iv, im, sc), venapunctie en hielprik bij neonaten. Zie het Besluit functionele zelfstandigheid.

Uitleg
Goede uitleg over de voorbehouden handelingen regeling vind je in de VWS publicatie Onder Voorbehoud.
Handige informatie over (het regelen van de) bekwaamheid vind je in het Stappenplan Wet BIG; zie de literatuurlijst.

Zelf regelen
Veel aspecten van de voorbehouden handelingen regeling moeten door zorginstellingen en beroepsbeoefenaren zelf uitgewerkt worden. Bijvoorbeeld het invullen van de bekwaamheidseis en het doorgeven van opdrachten. NU91 en de KNMG hebben in 1997 'Richtlijnen voor de samenwerking tussen artsen, verpleegkundigen en ziekenverzorgenden bij de uitvoering van Voorbehouden Handelingen' gepubliceerd waarin aandacht besteedt wordt aan deze aspecten. Zie de literatuurlijst.

Nieuw bevoegdheden voor Verpleegkundig Specialisten
De 1ste Kamer heeft op 1 november 2011 ingestemd met het opnemen van een nieuw artikel 36a in de Wet BIG, ook wel aangeduid met 'experimenteerartikel'. Op grond van dit artikel kan de Minister in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB) categorieën van beroepsbeoefenaren aanwijzen die op eigen gezag specifieke voorbehouden handeling mogen verrichten. De Minister heeft twee categorieën van beroepsbeoefenaren aangewezen: Verpleegkundig Specialisten en Physician Assistants. Zij mogen de indicatie stellen voor een voorbehouden handeling en de handeling uit voeren als ze bekwaam zijn. Ze mogen de handeling ook opdragen aan andere beroepsbeoefenaren. De regeling geldt voor vijf jaar. In die periode wordt bekeken of toegekende bevoegdheden definitief toegekend kunnen worden.

Voor ieder van de vijf verpleegkundig specialismen is vastgesteld welke voorbehouden handelingen de verpleegkundig specialist zelfstandig, dus op eigen gezag, mag verrichten. Daarbij gelden een aantal voorwaarden:

  • het moet gaan om handelingen die vallen binnen het eigen specialisme
  • het betreft routinematige handelingen van een beperkte complexiteit
  • de risico's van de handelingen zijn te overzien
  • de handelingen worden uitgevoerd volgens landelijke richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.

Het is nog niet bekend wanneer artikel 36a en de daarop gebaseerde AMvB's in werking treden.

Kwaliteit beroepsuitoefening (art. 40)
Dit artikel stelt kwaliteitseisen aan zelfstandig gevestigde beroepsbeoefenaren.

Toelating buitenlands gediplomeerden (art. 41-46)

Tuchtrecht (art. 47- 78)
Het tuchtrecht komt aan de orde op de pagina rechtspraak

Naleving (art. 86)
De Inspectie voor de Gezondheidszorg moet toezicht houden op de naleving van de Wet BIG

Beroepsgeheim (art. 88)
Een beroepsbeoefenaar is verplicht om alles wat hem bij het uitoefenen van zijn beroep op het gebied van de individuele gezondheidszorg als geheim is toevertrouwd, geheim te houden. Als hij informatie krijgt over een bestaand geheim, of informatie krijgt waarvan hij het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, moet hij deze informatie ook geheim houden.

Strafbepalingen (art. 96 -102)
Strafbaar is:
- een (aanmerkelijke kans op) schade veroorzaken bij het treden buiten de grenzen van het eigen deskundigheidsgebied
- onbevoegd een voorbehouden handelingen verrichten

Documenten:

081124 Besluit periodieke registratie Wet BIG

090318 Regeling periodieke registratie Wet BIG - in werking per 5-4-2009

Besluit opleidingseisen verpleegkundige

Besluit Verzorgende IG

971029 Besluit functionele zelfstandigheid STB3595

VWS publicatie Onder Voorbehoud

WGBO

Hieronder staan de hoofdpunten uit de WGBO. Meer informatie vind je onder andere in de NU91 publicatie: Berkers PHM. Patiëntenbelangen in Balans. De wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst in de verpleegkundige praktijk. Utrecht: Nieuwe Unie'91; 1997.

Naar aanleiding van de evaluatie van de WGBO heeft het Samenwerkingsverband implementatieprogramma WGBO in 2004 de publicatie 'Van wet naar praktijk; implementatie van de WGBO' uitgebracht. Naast een toelichting op de WGBO vind je hierin diverse handreikingen, richtlijnen en checklisten. Zie de literatuurlijst

Invoering en doel
De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst is op 1 april 1995 in werking getreden.
Doel van de wet: de positie van de patiënt versterken en verduidelijken.
In de WGBO zijn belangrijke patiëntenrechten vastgelegd. Daarnaast bevat de WGBO plichten voor de hulp-verlener die een goede zorgverlening aan de patiënt moeten waarborgen.

Reikwijdte
De WGBO noemt geen concrete beroepsbeoefenaren maar spreekt over 'de hulpverlener'.
De regels in de WGBO zijn van toepassing als een hulpverlener geneeskundige handelingen verricht. Daaronder vallen ook de bijbehorende verpleging en verzorging. Buiten het ziekenhuis is niet altijd duidelijk of sprake is van verpleging en verzorging in het kader van een geneeskundige behandeling. NU91 beveelt aan om in onduidelijke situaties altijd te handelen in de geest van de WGBO.

Inhoud

Rechten van de patiënt

A. Recht op informatie (art. 7.448)
A. Recht op informatie (art. 7.448) Een hulpverlener moet de patiënt informeren over:
- aard en doel van onderzoek en behandeling (daaronder valt ook de verpleging en verzorging)
- gevolgen en risico's voor de gezondheidstoestand van de patiënt
- alternatieven
- vooruitzichten
De WGBO zegt niets over de vraag wie welke informatie mag geven. Wat het recht op informatie betekent voor verpleegkundigen en verzorgenden vind je in de Handleiding voor verpleegkundigen en verzorgenden over Informatie en Toestemming, in deel 2 Informatie en Toestemming van de publicatie Van Wet naar Praktijk

B. Toestemmingsvereiste (art. 7.450)
Voor het uitvoeren van handelingen moet de patiënt toestemming geven. Een hulpverlener mag er vanuit gaan dat een patiënt toestemming heeft verleend voor verrichtingen die voor de patiënt niet ingrijpend zijn. Of dat het geval is hangt af van de soort de handeling, de mogelijke gevolgen en wat het voor de patiënt bete¬kent. Zo kan het helpen met wassen voor de ene patiënt wel en voor de andere niet ingrijpend zijn.

C. Regeling wilsonbekwaamheid
De hulpverlener moet een vertegenwoordiger raadplegen en om toestemming vragen als de patiënt niet in staat is om een beslissing te nemen. In WGBO termen: als de patiënt niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
Uitgangspunten:

  • 'wilsonbekwaamheid' betreft het vermogen om een beslissing te nemen in een concrete situatie
  • de patiënt is wilsbekwaam tenzij het tegendeel blijkt

De WGBO bevat een verplichte rangorde van personen die een meerderjarige wilsonbekwame patiënt kunnen vertegenwoordigen (art 465):

  • door de rechter benoemde vertegenwoordiger (curator of mentor)
  • door de patiënt schriftelijk gemachtigde
  • echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel
  • ouder, kind, broer of zus

Tantes, ooms, neven, nichten, andere bekenden etc. mogen niet namens de patiënt beslissen over een voorgestelde behandeling of verzorging Dat geldt ook voor een contactpersoon die niet tot een van de 4 genoemde categorieën behoort.

Zie voor meer informatie het 'Stappenplan bij beoordeling van wilsbekwaamheid', de 'Modelrichtlijn voor hulpverleners over informatie en toestemming bij een meerderjarige wilsonbekwame patiënt' en, voor kinderen tot 16 jaar, de 'Modelrichtlijn voor hulpverleners over informatie en toestemming bij een minderjarige patiënt'. Deze documenten vind je in deel 2 van de publicatie Van Wet naar Praktijk: Informatie en Toestemming,

Rechten met betrekking tot het dossier (art. 7.456)
Een patiënt heeft recht op inzage, recht op een afschrift, recht op aanvulling en recht op vernietiging van het dossier. Zie voor meer informatie deel 3 van de publicatie Van Wet naar Praktijk: Dossier en Bewaartermijnen.

D:Dossier- en bewaarplicht
D:Dossier- en bewaarplicht In het dossier moet de hulpverlener alle gegevens over de gezondheid van de patiënt en de uitgevoerde handelingen opnemen die noodzakelijk zijn voor een goede hulpverlening aan de patient.
Deze globale norm is uitgewerkt in deel 3 Dossier en Bewaartermijnen van de publicatie Van Wet naar Praktijk. Voor verpleegkundigen en verzorgenden is daarnaast van belang de in september 2011 vastgestelde nieuwe Richtlijn Verpleegkundige en Verzorgende Verslaglegging

De hulpverlener moet het dossier 15 jaar bewaren. Dat geldt ook voor alle gegevens in verpleegkundige en verzorgende dossiers; de WGBO maakt geen onderscheid tussen dossiers.

E. Recht op geheimhouding (art. 7.457)
Een hulpverlener moet ervoor zorgen dat anderen dan de patiënt geen informatie over de patiënt of informatie uit het dossier van de patiënt krijgen. Uitzondering:
- de informatie is bestemd voor degenen die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van de behandelingsovereenkomst of voor de vervanger van de hulpverlener; de informatie moet beperkt worden tot de informatie die de andere hulpverlener nodig heeft om zijn aandeel in de behandelingsovereenkomst uit te voeren
- informatie aan de vertegenwoordiger van de patiënt
- wettelijke verplichting
- conflict van plichten
Zie voor meer informatie deel 4 van de publicatie Van Wet naar Praktijk: Toegang tot patiëntengegevens.

F. Recht op privacy (art. 7.459)
Een hulpverlener moet ervoor zorgen dat anderen de handelingen die hij bij de patient uitvoert niet kunnen waarnemen.
Uitzondering:
- toestemming van de patiënt
- de medewerking van een andere beroepsbeoefenaar is noodzakelijk
- de vertegenwoordiger van de patiënt

Plichten van de patiënt
De patiënt moet de hulpverlener de informatie en de medewerking geven die de hulpverlener redelijkerwijs nodig heeft voor de uitvoering van de overeenkomst (art. 7.452). Verder moet de patiënt voor de geleverde diensten betalen (art. 7.461).

Plichten hulpverlener
De hulpverlener moet uiteraard de rechten van de patiënt honoreren, hij moet handelen als een goed hulpverlener volgens de eigen professionele standaard (art. 7.453) en hij moet een dossier inrichten (art. 7.454 en 7.455).

Van Wet naar Praktijk dl 1 - Eindrapport

Van Wet naar Praktijk dl 2 - Informatie enToestemming

Van Wet naar Praktijk dl 3 - Dossier en bewaartermijnen

Van Wet naar Praktijk dl 4 - Toegang tot patientengegevens

BOPZ

Hieronder staan de hoofdpunten uit de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.
Meer informatie vind je onder andere in:

  • Keurentjes RBM. De wet Bopz.
    De betekenis van de wet voor beroepsbeoefenaren in de geestelijke gezondheidszorg. Den Haag: Sdu Uitgevers; 2008

Invoering en doel
De Bopz regelt de gedwongen opname van psychiatrische en psychogeriatrische cliënten (externe rechtspositie) en hun bejegening tijdens de opname (interne rechtspositie). De Bopz is op 17 januari 1994 in werking getreden.

Reikwijdte
De Bopz is alleen van toepassing op instellingen die door de Minister zijn aangewezen: psychiatrische instellingen, instellingen voor verstandelijk gehandicapten, verpleeghuizen en aangewezen afdelingen van verpleeg- en verzorgingshuizen.

Rechterlijke machtigingen
Voor een gedwongen opname is een rechterlijke machtiging vereist. De Bopz regelt zes machtigingen:

  • Voorlopige machtiging
  • Voorwaardelijke machtiging
  • Machtiging tot voortgezet verblijf
  • Machtiging tot voortzetting inbewaringstelling (IBS)
  • Machtiging op eigen verzoek
  • Zelfbindingsmachtiging

Voorwaarden voor gedwongen opname:

  • stoornis van de geestvermogens
  • gevaar
  • causaal verband tussen twee bovenstaanden
  • geen alternatief voor een gedwongen opname
  • geen sprake van de nodige bereidheid tot vrijwillige opname

Spoedopname: IBS
In spoedgevallen is een opname mogelijk op basis van een door de burgemeester afgegeven IBS. Criteria:

  • acuut (onmiddellijk dreigend) gevaar
  • ernstig vermoeden dat het gevaar wordt veroorzaakt door een stoornis van de geestvermogens
  • vermoeden van causaal verband tussen a en b
  • geen alternatief voor een gedwongen opname
  • geen bereidheid tot vrijwillige opname

Indicatieprocedure
Een gedwongen opname is aan de orde als een cliënt niet bereid is zich op te laten nemen of zich verzet. Bij psychogeriatrische en verstandelijk beperkte cliënten is dit vaak niet duidelijk. Voor hen geldt een opnameprocedure via een indicatiecommissie.

Criterium voor opname: de cliënt kan zich t.g.v. de stoornis van de geestvermogens niet buiten de inrichting handhaven.

Verlof en (voorwaardelijk) ontslag
In de Bopz zijn regels opgenomen over het verlenen van verlof en (voorwaardelijk) ontslag.

Voorwaarden voor behandeling
Een gedongen opnemen betekent niet dat een cliënt behandeld kan worden. Een (gedwongen) behandeling is alleen mogelijk als dit vastgelegd is in een behandelingsplan. De Bopz bevat hiervoor gedetailleerde regels en voorwaarden.

Voorwaarden behandeling psychiatrische cliënt

  • De behandeling is volstrekt noodzakelijk om gevaar voor de cliënt of anderen af te wenden.
    Het gaat daarbij om gevaar binnen de instelling en het gevaar moet voortvloeien uit de geestesstoornis

    Of:
  • Het is aannemelijk dat zonder behandeling het gevaar dat uit de stoornis voortvloeit niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen (en de cliënt dus onnodig lang opgenomen zou moeten blijven).
    Het gaat daarbij om het gevaar op grond waarvan de cliënt opgenomen is.

Voorwaarden behandeling psychogeriatrische en verstandelijk beperkte cliënten
De behandeling is volstrekt noodzakelijk om gevaar dat voortvloeit uit de geestesstoornis voor de patiënt of anderen af te wenden.

Middelen en maatregelen
In noodsituaties kan een hulpverlener gedurende een beperkte periode een aantal specifieke Middelen en Maatregelen toepassen. Dit is geregeld in het Besluit middelen en maatregelen Bopz.

Overige rechten en plichten
Overige rechten en plichten In de Bopz zijn eisen vastgelegd voor niet-therapeutische vrijheidsbeperkingen, huisregels, informatieverstrekking, het dossier, de patiëntenvertrouwenspersoon en een klachtenprocedure.

Een aantal regels in de BOPZ is uitgewerkt in specifieke besluiten:

  • Besluit rechtspositieregeling Bopz
  • Besluit patiëntendossier Bopz
  • Besluit middelen en maatregelen Bopz
  • Besluit klachtenbehandeling Bopz

Bopz of WGBO?
De Bopz is van toepassing op gedwongen opgenomen psychiatrische cliënten die een psychiatrische behandeling ondergaan. Hieruit volgt dat de BOPZ niet van toepassing in de volgende situaties:

  • ambulante en vrijwillig opgenomen psychiatrische cliënten
  • gedwongen opgenomen psychiatrische cliënten die een somatische behandeling moeten ondergaan

Voor deze situaties geldt de WGBO. De WGBO is ook van toepassing op onderwerpen die niet in de Bopz zijn geregeld zoals het recht op informatie.

Nieuwe wetgeving
De Bopz zal vervangen worden door twee nieuwe wetten: de 'Wet Zorg en Dwang' voor psychogeriatrische en verstandelijk beperkte cliënten en de 'Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg' voor psychiatrische cliënten. Beide wetsontwerpen moeten nog door de 2de Kamer goedgekeurd worden.

Kwaliteitswet Zorginstellingen

De Kwaliteitswet zorginstellingen is op 1 april 1996 in werking getreden.
Doel van de wet is het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de zorg die door zorginstellingen geleverd wordt. De Kwaliteitswet is daarmee de tegenhanger van artikel 40 van de Wet BIG. Dit artikel richt is op de kwaliteit van zorg die door zelfstandig gevestigde professionals geleverd wordt.

Verantwoorde zorg
De Kwaliteitswet eist van zorginstellingen dat zij verantwoorde zorg leveren. Hieronder wordt verstaan: zorg van een goed niveau, doeltreffend, doelmatig, patiëntgericht en afgestemd op reële behoeften van de patiënt.
Met het oog daarop moet de zorginstelling zorgen voor kwalitatief en kwantitatief voldoende personeel en materieel en voor een juiste toedeling van de verantwoordelijkheden. Ook moet de instelling de kwaliteit van de zorg systematisch bewaken, beheersen en verbeteren, onder andere door het verzamelen en registreren van gegevens, het toetsen van de gegevens aan het doel (het leveren van verantwoorde zorg) en het opstellen van een kwaliteitsjaarverslag.
Zorginstellingen zijn verder verplicht calamiteiten en seksueel misbruik te melden bij de Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ).

Toezicht en handhaving
De IGZ moet toezicht houden op de naleving van de eisen uit de Kwaliteitswet door zorginstellingen. De Minister en de IGZ kunnen maatregelen nemen als zorginstellingen in gebreke blijven.

Nieuwe wetgeving
De Minister van VWS heeft in juni 2010 het Wetsvoorstel Cliëntenrechten Zorg ingediend bij de 2de Kamer. Deze wet moet onder andere de Kwaliteitswet vervangen.

Rechtspraak

Inleiding

Als verpleegkundigen of verzorgende kun je te maken krijgen met juridische procedures die gevolgen kunnen hebben voor je rechtspositie en je beroepsuitoefening. Dat kan een interne procedure zijn waarin de werkgever of een klachtencommissie een uitspraak doet. Het kan ook een externe procedure zijn bij een rechterlijke instantie.

In een juridische procedure oordeelt een rechter over normoverschrijdingen, conflicten, schadevergoedingseisen etc. De normen die een rechter formuleert zijn van toepassing op een concrete situatie. Ze kunnen echter ook een rol spelen in vergelijkbare zaken. De normen die de tuchtrechter formuleert hebben betrekking op de kwaliteit van de zorgverlening. Zij zijn daarom van belang voor alle verpleegkundigen en maken deel uit van de verpleegkundige professionele standaard.

De begrippen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid spelen in procedures een belangrijke rol. Deze begrippen worden hieronder toegelicht.

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

Verantwoordelijkheid: taken
De verantwoordelijkheden (taken) van verpleegkundigen en verzorgenden zijn beschreven In het verpleegkundig beroepsprofiel uit 1999 en het beroepsprofiel van helpenden en verzorgenden uit 2000. Daarnaast volgt uit de WGBO dat verpleegkundigen en verzorgenden moeten handelen volgens de verantwoordelijkheid die voortvloeit uit hun professionele standaard.
In de praktijk zullen de concrete taken mede afhangen van je arbeidscontract en functieomschrijving, een stageovereenkomst, instellingsafspraken etc.

Verantwoordelijkheid: verantwoording afleggen
Uitgangspunt in de zorg is dat iedere beroepsbeoefenaar verantwoordelijk is voor zijn eigen doen en laten en daar zo nodig intern of extern verantwoording over af moet leggen.
Als sprake is van een opdracht dan is de opdrachtgever verantwoordelijk voor het verlenen van de opdracht. Als verpleegkundige of verzorgende ben je verantwoordelijk voor de wijze waarop je de opdracht uitvoert. Het feit dat een arts aangeeft dat hij eindverantwoordelijk is doet daar niet aan af.

Aansprakelijkheid
Verantwoordelijkheid kan in een juridische procedure leiden tot aansprakelijkheid. Het is aan de rechter om vast te stellen of een beroepsbeoefenaar of zorginstelling aansprakelijk is voor een bepaald gedrag of nalaten. De rechter moet daarvoor uiteenlopende vragen beantwoorden zoals: wie heeft wat gedaan of nagelaten, wat waren de feiten en omstandigheden, is er een juridische norm geschonden, zijn er verzachtende omstandigheden?
Aansprakelijk zijn heeft consequenties. Welke dat zijn hangt onder andere af van de soort juridische procedure: arbeidsrecht, burgerlijk (civiel) recht, strafrecht of tuchtrecht.

Juridische procedures

Arbeidsrecht
Een verpleegkundige of verzorgende in dienst van een instelling kan ter verantwoording worden geroepen door de werkgever. De werkgever kan, als sprake is van ernstige fouten of onzorgvuldigheden, rechtspositionele maatregelen nemen zoals op non-actief stellen of een schorsing. Dit is geregeld in CAO's.

Klachtrecht
Een patiënt of cliënt kan bij de klachtencommissie van de zorginstelling een klacht indienen over het gedrag van de instelling en de zorgverleners. De klachtencommissie beoordeelt de klacht en doet zo nodig aanbevelingen aan de Raad van Bestuur of Directie. De klachtencommissie kan een aangeklaagde beroepsbeoefenaar niet bestraffen als de klacht gegrond is. Wel kan de werkgever zo nodig rechtspositionele maatregelen treffen.

Burgerlijk (civiel) recht
De burgerlijke rechter oordeelt onder andere over juridische conflicten en schadevergoedingseisen. In het burgerlijk wetboek is geregeld dat een werkgever aansprakelijk is voor schade die door een werknemer is veroorzaakt, tenzij de werknemer met opzet of bewust roekeloos heeft gehandeld. Als een verpleegkundige of verzorgende in dienst van een instelling schade veroorzaakt bij een cliënt dan kan de cliënt de werkgever in een procedure bij de burgerlijke rechter aansprakelijk stellen en van hem een schadevergoeding eisen.

Strafrecht
In een strafrecht gaat het om het bestraffen van feiten die volgens het Wetboek van Strafrecht strafbaar zijn.
Bijvoorbeeld 'dood door schuld', 'het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door schuld' en euthanasie.
De belangrijkste straffen zijn een boete, hechtenis of gevangenisstraf. De strafrechter kan rekening houden met verzachtende omstandigheden. Verpleegkundigen en verzorgenden worden zelden strafrechtelijk vervolgd.

Tuchtrecht
Doel van het tuchtrecht is het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. Het burgerlijk recht en het strafrecht zijn daar niet voor geschikt. Het gaat in het tuchtrecht niet om het vergoeden van schade of het bestraffen van de beroepsbeoefenaar, hoewel dat vaak wel zo ervaren wordt.
Het tuchtrecht in de gezondheidszorg is geregeld in de Wet BIG en is van toepassing op 8 beroepsgroepen, waaronder verpleegkundigen. Verzorgenden vallen niet onder het tuchtrecht.

Een Regionaal Tuchtcollege dat oordeelt over een tegen een verpleegkundige ingediende klacht bestaat uit twee juristen en drie verpleegkundigen. Het Centraal Tuchtcollege dat een zaak in hoger beroep behandelt bestaat uit drie juristen en twee verpleegkundigen.

De tuchtrechter toetst het handelen van een aangeklaagde verpleegkundige aan twee normen:

  • tekortschieten in zorgvuldigheid
  • in strijd handelen met het belang van de individuele gezondheidszorg

Bij het concretiseren van deze normen kunnen alle elementen van de professionele standaard een rol spelen

Als de tuchtrechter een klacht gegrond verklaart zal hij doorgaans een maatregel (waarschuwing, berisping, boete, (voorwaardelijke) schorsing, doorhaling van de inschrijving in het BIG register) opleggen. De tuchtrechter kan rekening houden met verzachtende omstandigheden.
In de afgelopen dertien jaar (1998 t/m 2010) deden de tuchtcolleges ongeveer 940 uitspraken naar aanleiding van klachten tegen verpleegkundigen. Plus minus 85% van de klachten wordt ongegrond verklaard. Dat betekent niet dat deze uitspraken inhoudelijk niet van belang zijn.

Normen tuchtrechter

De tuchtrechter heeft in uitspraken naar aanleiding van klachten tegen verpleegkundigen onder andere normen geformuleerd voor:

  • deskundig en bekwaam handelen
  • verantwoordelijkheid nemen
  • doortastend optreden
  • informatie verzamelen en doorvragen
  • uitvoeren van basiszorg
  • controles bij het toedienen van IV medicatie
  • toepassen van richtlijnen en protocollen
  • verslaglegging
  • geheimhouding
  • afgeven van een verklaring
  • samenwerking en ketenzorg
  • grensoverschrijdend gedrag
  • melden van fouten

Websites

Literatuur

Wet BIG

  • Die AC de, Hoorenman EM. De wet BIG. De betekenis van de wet voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. Den Haag: Koninklijke Vermande; 2003
  • Mw. mr. M.C.I.H. Biesaart. BIG inzichtelijk; verpleegkundigen en verzorgenden IG onder de wet BIG. Utrecht: Nieuwe Unie '91; 2011 
  • Boomen IJHC van den, Vlaskamp AAC. Onder Voorbehoud, informatie over de bevoegdheidsregeling voorbehouden handelingen. Rijswijk: Ministerie van VWS; 1996
    Te downloaden via www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties (trefwoord "onder voorbehoud"; ministerie: VWS; type: brochures)
  • NU91 en KNMG. Voorbehouden handelingen in de praktijk: richtlijnen voor de samenwerking tussen artsen, verpleegkundigen en ziekenverzorgenden. Utrecht: KNMG/NU91; 1997
    Te bestellen via www.nu91.nl
  • Raad BIG. Stappenplan voorbehouden handelingen; gedeelde verantwoordelijkheid. Zoetermeer: Raad BIG; 1996, ISBN 90-5635-0757. Het stappenplan kan worden besteld bij Publieksvoorlichting van het ministerie van VWS, telefoon: 070 340 7890 of via de fax: 070 - 340 6251

WGBO

  • Berkers PHM. Patiëntenbelangen in Balans. De wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst in de verpleegkundige praktijk. Utrecht: Nieuwe Unie'91; 1997
  • Legemaate J. redacteur. De WGBO: van tekst naar toepassing. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum; 1998
  • Samenwerkingsverband implementatieprogramma WGBO. Van wet naar praktijk; implementatie van de WGBO. Utrecht: KNMG; 2004. te downloaden via www.knmg.nl
  • Duijst WLJM. Praktijkboek beroepsgeheim en informatieverstrekking in de zorg. Apeldoorn/Antwerpen: Maklu; 2009
  • V&VN en NU'91. Richtlijn verpleegkundige en verzorgende verslaglegging . Utrecht: V&VN/NU'91; 2011

BOPZ

  • Keurentjes RBM. De wet BOPZ. De betekenis van de wet voor beroepsbeoefenaren in de geestelijke gezondheidszorg. Den Haag: Sdu Uitgevers; 2008

Rechtspraak

  • Buijse AM, Tol M.van. Normen voor de beroepspraktijk + Ontwikkelingen in het tuchtrecht. TvZ 2007; 11/12: 45-55
  • Buijse AM, Tol M van. Tuchtrecht en de verpleegkundige professionele standaard. TvZ Tijdschrift voor Verpleegkundigen 2005; 9: 18-29.
  • Buijse AM. Toolkit Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Onderwijs en Gezondheidszorg. 2008; 6: I - IV
  • Legemaate J. Verantwoordingsplicht en aansprakelijkheid in de gezondheidszorg. Deventer: Tjeenk-Willink; 1997